Steun van het bestaan
Toen mijn lichaam zich sloot
Door hevige kramp en pijn
En ik mij afsloot van de wereld
Kwamen er eerst de duiven op mijn balkon
Toen ik die wegjoeg
Verscheen er iedere dag
Een vrolijk zoemende hommel
Toen ik ook die niet verdroeg
Landde er een lieveheersbeestje
Tegen mijn keukenraam
Toen mijn lichaam openging
Onthulde pijn en kramp haar oorsprong
En de rivier ging weer stromen
Ik stond plots in de kamer van de dood
Een schuifdeur van glas
Sneed mijn neus er bijna af
Verschoof mijn nekwervel
Deukte mijn buik in
Een verre herinnering kwam boven
Hoe de wind mijn kant op waaide
De bloemen en planten zich tot mij richtten
De kussens in de kamer mij hun verzachting aanboden
Zelfs in de donkerste nacht
Was er steun
Vanuit alle hoeken, hemels en gaten
Vanuit de natuur van het bestaan
26-1-25